Nederland telt veel zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). In de jaren ’90 was één op 17 personen in de werkzame bevolkingsgroep zzp’er. Eind 2010 was dit één op 10 (Bosch, Roelofs, van Vuuren, & Wilkens, 2012). Momenteel telt ons land ongeveer 800.000 zzp’ers (Centraal bureau voor de statistiek, 2016). Met het verdwijnen van de VAR zal deze groei hoogstwaarschijnlijk stagneren.

Waarom verdwijnt de VAR?
Zzp’ers tonen met een verklaring arbeidsrelatie (VAR) zelfstandig ondernemer te zijn voor de duur van een jaar. Een opdrachtgever die een zzp’er inhuurt voorkomt hiermee premies en loonheffing te moeten betalen. De verantwoordelijkheid over het juiste gebruik van de VAR ligt bij de zzp’er. Eventuele schijnzelfstandigheid – wat bijvoorbeeld het geval is als een werkgever een werknemer ontslaat om deze vervolgens weer als zzp’er aan te nemen – wordt hiermee volgens de overheid in de hand gewerkt. Tot op heden blijkt het moeilijk te controleren voor de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid. Schijnzelfstandigheid kost de overheid geld vanwege misgelopen sociale premies. Om deze redenen verdwijnt de VAR per 1 mei 2017, hiertoe heeft de Tweede Kamer reeds ingestemd. Deze wetswijziging moet dit gaan bestrijden (Willemsen, 2016).

Vervanging van de VAR
In plaats van de VAR zullen opdrachtgever en zzp’er per 1 mei 2017 moeten gaan werken met modelovereenkomsten. Voorwaarde van de modelovereenkomsten is dat in de praktijk niet mag worden afgeweken van wat er op papier staat. Het is ook mogelijk een eigen overeenkomst te laten toetsen door de Belastingdienst (Willemsen, 2016). Momenteel staan er naast een aantal modelovereenkomsten voor branche en beroepsgroepen negen individuele overeenkomsten op de website van de Belastingdienst. De verantwoordelijkheid voor eventuele boetes, het met terugwerkende kracht betalen van premies en andere gevolgen van schijnzelfstandigheid komen met het afschaffen van de VAR voor rekening van de opdrachtgever (Willemsen, 2016).

Door afschaffing van de VAR is het straks makkelijker voor de Belastingdienst om te controleren op schijnzelfstandigheid. Er kan dan vanuit één bedrijf gekeken worden naar de hoeveelheid overeenkomsten met zelfstandigen, in plaats van per zzp’er (Willemsen, 2016). Dit klinkt als een verbetering, maar is dat ook zo?

Mogelijke gevolgen
Wie het nieuws hierover de afgelopen tijd gevolgd heeft, zal gemerkt hebben dat er veel kritiek is op het afschaffen van de VAR. Hoewel de intenties goed zijn, zal deze wijziging hoogstwaarschijnlijk ontaarden in overregulering. Initieel had de minister van Financiën verwacht enkele tientallen modelcontracten nodig te hebben, maar er blijkt behoefte te zijn aan honderden, al dan niet duizenden gedetailleerde modelcontracten (Leupen, 2015). Zoals hiervoor te lezen viel staat de teller momenteel op negen.
Nu zal er uiteraard de mogelijkheid zijn een eigen overeenkomst in te dienen bij de Belastingdienst ter controle. Echter, zal de Belastingdienst alle voorgelegde overeenkomsten wel kunnen beoordelen? En binnen wat voor een termijn? De Belastingdienst heeft aangegeven overeenkomsten doorgaans binnen zes weken te beoordelen. Zes weken is echter lang. Een bevriende zzp’er, werkzaam in de videobranche, is bijvoorbeeld vorige maand voor een weekend filmen op een beurs ingehuurd. Dit is een week voor het aanvangen van de beurs geregeld. Zonder VAR zou er eerst een overeenkomst aan de Belastingdienst moeten overlegd en was het aannemen van deze opdracht vrijwel onmogelijk, dan wel met grote onzekerheid (de Blécourt & Pinedo, 2016).

Een ander gevolg is dat zzp-bemiddelaars, veelvoorkomend in bijvoorbeeld de zorgverlening, door deze maatregel ontmoedigd zullen worden. Zij zijn niet meer vrij gewaard van eventuele loonheffingen en zullen dadelijk veel tijd kwijt zijn aan elke opdracht (Leupen, 2015). Opdrachtgevers zullen hoogstwaarschijnlijk terughoudender worden in het inhuren van zzp’ers. Als een relatie tussen opdrachtgever en zzp’er achteraf toch als dienstbetrekking wordt beoordeeld, dan heeft dit grote gevolgen. De zzp’er zou dan aanspraak kunnen maken op allerlei voordelen van een arbeidsovereenkomst zoals bijvoorbeeld doorbetaling bij ziekte, het ontslagrecht zou van kracht zijn en de opdrachtgever zou moeten opdraaien voor eventuele boetes, sociale premies en loonheffingen. (de Blécourt & Pinedo, 2016).

Is de wetswijziging een verbetering?
De grootste motivatie achter het afschaffen van de VAR was om de hoeveelheid schijnzelfstandigen terug te dringen en hier beter op te kunnen controleren. De vraag is alleen hoeveel schijnzelfstandigen met deze wetswijziging aangepakt gaan worden. Volgens sommige schattingen gaat het namelijk slechts om 2% van de 800.000 zpp’ers wat schijnzelfstandige is (Willemsen, 2016)!

Opdrachtgever en zzp’er zullen straks meer tijd kwijt zijn aan administratie en opdrachten op korte termijn zullen lastig of risicovol worden. Zzp-bemiddelaars zullen ontmoedigd worden en opdrachtgevers zullen terughoudender zijn naar het inhuren van zzp’ers. Al met al doet het voorkomen alsof de intentie bestaat de drempel van het zzp-schap te verhogen. Dat terwijl onduidelijk blijft om hoeveel schijnzelfstandigen het gaat. Ik kan het niet helpen af te vragen: zou de Belastingdienst niet beter maatregelen moeten treffen voor het beter hanteren van de VAR in plaats van het compleet afschaffen ervan?

Door Peperclipper Charlotte de Boer

Literatuurlijst
Bosch, N., Roelofs, G., van Vuuren, D., & Wilkens, M. (2012). De huidige en toekomstige groei van het aandeel zzp’ers in de werkzame beroepsbevolking. Den Haag : Centraal Planbureau.

Centraal bureau voor de statistiek. (2016, februari 11). CBS: Sterkste banengroei in ruim vier jaar tijd. Den Haag , Zuid Holland , Nederland .

de Blécourt, M., & Pinedo, D. B. (2016, Februari 6). Nog even en de zzp’er is verdwenen. NRC.

Leupen, J. (2015, Oktober 5). Scherpe kritiek op nieuw zzp-contract. Financiëel Dagblad.

Willemsen, F. (2016, februari 2). Verklaring arbeidsrelatie (VAR) wordt afgeschaft. de Volkskrant .

 

Gerelateerde blogs
Comments

Laat een reactie achter