Don’t hate the player, hate the game

Een uitspraak die de meeste van ons weleens gehoord hebben in de één of de andere context. Een uitspraak die vaak als walgelijke verantwoording voor onethisch gedrag wordt gebruikt. Een uitspraak die suggereert dat zij niet verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen, omdat de wereld nu eenmaal zo werkt. Een uitspraak waarvan ik steeds meer begin te geloven dat hier ook een kern van waarheid in zit: van zogenaamde duivelse bankiers tot starre medewerkers die niet mee willen bewegen. In een wereld met een wildgroei aan start-ups en een groeiende behoefte aan nieuwe bedrijfsstructuren (voorbeeld: Buurtzorg), is het van belang om rekening te houden met de invloed van de omgeving waarin men zich bevindt.

Duivelse bankiers

De bankencrisis van 2007 komt voort uit onethisch handelen van de bankiers. Dit is in ieder geval hoe het op mij over is gekomen in de afgelopen acht jaar. Kort geleden was ik bij een lezing van Joris Luyendijk, die als leek de bankenwereld in is gedoken. Zijn bevindingen waren dat de bankiers, met wie hij in gesprek was, gevangen waren in het monstrueuze systeem. Een duivelse driehoek van veeleisende aandeelhouders, moordende concurrentie en zero job security. Hij noemde voorbeelden van bankiers die enkel bankier werden om voor korte tijd genoeg geld te verdienen, zodat zij uiteindelijk hun ware passie (bijvoorbeeld: filmmaker) konden gaan nastreven (2015). Stuk voor stuk doodgewone mensen die verzeild zijn geraakt in een wereld van geld en macht waar, door de menselijke behoefte om te conformeren aan je naasten, de levensstijl ook geen uitweg meer toestond.

Stel dat door jouw inkomen je gezin in een groot huis woont en de kinderen naar een privéschool gaan en het alternatief je hele gezin op zijn kop zet. Hoe makkelijk zou zo een keuze voor jou zijn? Ik vind het al moeilijk genoeg om van energieleverancier te veranderen. Wellicht dat de onethische besluitvorming van deze bankiers wel voortkomt uit een schaarste van vrijheid.

Schaarste leidt tot domheid

Volgens Eldar Shafir (2013) doet schaarste een beroep op ons werkgeheugen. Shafir is een revolutionaire psycholoog. Revolutionair op het gebied van hoe we naar de armen moeten kijken. Waar wij momenteel het balletje bij de armen leggen om zichzelf uit de armoede te trekken, stelt hij dat juist de context waarin zij leven, het moeilijk maakt om zichzelf eruit te halen. Hij schrijft dat de schaarste (geld) waarin zij leven, de cognitieve competenties dermate aantasten, dat zij domme beslissingen nemen. Zijn onderzoeken tonen dat geldproblemen (lees: context) een IQ-daling veroorzaken, dat vergelijkbaar is met dat van een alcoholist. Zoals correspondent Rutger Bregman terecht benoemt, druist de strafkorting methodiek van Jette Klijnsma die leidt tot een korting op de uitkering voor uitkeringsgerechtigden die bijvoorbeeld onverzorgd op een sollicitatiegesprek verschijnen, hier recht tegenin (2013). Een maatregel die net zo contraproductief is als de korting op de uitkering, wanneer werklozen bij gaan verdienen.

“Vrije wil bestaat niet”

Neurowetenschappers zoals Dick Swaab en Victor Lamme gaan nog een stapje verder in de invloed van externe factoren op de gedragingen van de mens. De keuze om niet te werken, beïnvloed door de korting op de uitkering, zal vermoedelijk door hem ook niet als een vrije keuze gezien worden. Victor Lamme betitelt zijn boek zelfs als ‘Vrije wil bestaat niet’, waarin hij betoogt dat, in tegenstelling tot wat wij denken, actie het cognitieve proces voorgaat (2010). Dit wil zeggen dat de externe factoren (context), gecombineerd met onze unieke set van genetische aanleg, socialisatie en ervaringen leiden tot onze acties en gedragingen. Dit impliceert dat de context een grotere rol speelt dan de wil van de betrokkenen.

Hygiëne is een schone zaak

De alom geaccepteerde two-factor theorie van Herzberg leert ons dat er zaken zijn die in orde moeten zijn, omdat ze anders negatieve gevolgen hebben voor de tevredenheid (1957). Hij identificeert zaken zoals arbeidsverhouding en salaris, onder de noemer context. Ik denk dat we dit breder moeten trekken dan enkel tevredenheid, maar ook houding, gedrag en beslissingen. Als we zien dat armoede een negatief effect heeft op het cognitieve vermogen en externe factoren ons gedrag beïnvloeden, dan is het onze taak om te streven naar een ‘schone’ context.

Voordat je denkt dat dit een uitvlucht is voor individuele verantwoordelijkheid, wil ik je verzekeren dat dát niet mijn boodschap is. Wel wil ik je eraan herinneren dat wanneer we de vinger wijzen naar onwenselijk gedrag, er drie vingers naar ons wijzen. Kijk goed naar de context waarin dit gedrag voorkomt en wat is jouw aandeel daarin? Welke rol spelen wij in het disfunctioneren van die medewerker, of zelfs die leden van onze samenleving?

Wat is de context waarbinnen men opereert, of zelfs leeft, en welke invloed heeft dat op hen?

Tenslotte, en misschien wel het belangrijkste: hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de context een positieve invloed wordt en dat de externe factoren (lees: hygiëne-factoren), onze basisverantwoordelijkheid, in orde zijn?

Door Peperclipper Damiano Pieters

Bibliografie:

Bregman, R. (2013) Waarom arme mensen domme dingen doen. De Correspondent. Geraadpleegd van: https://decorrespondent.nl/511/Waarom-arme-mensen-domme-dingen-doen/19645395-f6c9a0bd op 8 oktober 2015

Herzberg, F. 1957, The Motivation to work, Wiley, te Hoboken

Lamme, V. (2011) Vrije wil bestaat niet, Uitgeverij Prometheus, te Amsterdam

Luyendijk, J. (2015) Dit kan niet waar zijn, Uitgeverij Atlas Contact, te Amsterdam

Mani, A., Mullainathan, S., Shafir, E., Zhao, J. (2013) Poverty Impedes Cognitive Function, 2013 Geraadpleegd van: http://www.sciencemag.org/content/341/6149/976.full.pdf op 12 oktober 2015

Gerelateerde blogs

Laat een reactie achter