Een tijd geleden gaf ik een lezing over Talentmanagement op Hogeschool van Amsterdam aan een aantal uitverkozen studenten die een toptalent programma deden. Ze waren voor dit programma geselecteerd omdat ze extreem goede studieresultaten hadden en men ze iets extra’s wilde bieden.

Onder deze toppers was ook een topzwemmer aanwezig die geblesseerd was. Hij herkende veel in het model dat ik presenteerde over wat Talentmanagement is. Het is het model van Francois Gagné, waar duidelijk uit blijkt dat het hebben van de aangeboren eigenschap om ergens goed in te worden nog niet betekent dat je ook goed wordt. Invloeden van aangeboren competenties & kansen & geluk & omgevingsfactoren & zo nog wat zaken, krijgen in dit model de ruimte.

Als dat goed gaat is dat mooi: je bent het talent en staat aan de TOP.

Maar bij deze geblesseerde topzwemmer zag ik op een andere manier herkenning: herkenning die pijn doet, als je zo dicht bij de TOP bent.

Al die uren training, al dat afzien omdat hij niet bij dat superfeest kon doorzakken, maar ervoor koos om rust en slaap te pakken terwijl vrienden uitgingen. Om tenslotte de pijn te krijgen van het missen van die belangrijke wedstrijd omdat hij geblesseerd was. Ik zag het gebeuren bij hem.

Een duidelijk voorbeeld van wat Gagné bedoelde met invloed van geluk, maar dan vooral van het afwezig zijn van geluk.

Gerelateerde blogs

Laat een reactie achter