Zelf ben ik niet zo’n groot liefhebber van het gebruik van voorbeelden uit de sportwereld. Een hockeycoach ‘op de hei’ laten spreken heeft natuurlijk meerwaarde en een quote van Cruijff voor managers is ook prima. Maar veel van ons werk is verre van sport. Laat staan topsport. 

blog

Ook Mark Tuitert is te huren als zakelijk gastspreker. Hij verhaalt dan onder meer over het omgaan met tegenslagen, motivatie, drijfveren, persoonlijke groei en synergie. Maar geheel onverwacht deelt hij met ons in De Wereld Draait Door het geheim van (zijn) talentmanagement! (fragment DWDD 22-01-2014, quote op 07:00)

Talent
Mark heeft een talent. Wellicht heeft hij er meer, maar schaatsen, of meer specifiek de 1000 en 1500 meter op de schaats, behoren daar zeker toe. Met dat talent gaat Mark voor het grote doel: goud!

In DWDD van 22 januari jl. geeft Mark ons een mooi inkijkje in hoe een topsporter talentontwikkeling oppakt. Met alleen goed schaatsen komt hij er niet. Mark geeft aan dat hij aan een aantal facetten werkt om zijn talent succesvol te laten zijn. ‘(…) Al die facetten zijn nodig: techniek, uithoudingsvermogen, kracht, snelheid, lef, mentaliteit.  Wij kunnen deze facetten gerust zijn competenties noemen.

Competenties
In de competentiehandboeken van grote organisaties komen Techniek, Uithoudingsvermogen, Kracht, Snelheid, Lef en Mentaliteit niet voor. Zoals ik in de inleiding al aangaf, is werken geen sportieve bezigheid. Ook al zijn er ongetwijfeld dagen waar dit voor sommigen wel zo voelt.

Toch zijn er wel aardige parallellen te vinden. Uit een Handboek Competenties voor het publieke domein haal ik bijvoorbeeld: Vakmanschap, Overwicht, Besluitvaardigheid, Moed en Betrokkenheid. Wie een talent of drijfveer heeft als hulp- en/of dienstverlener en zich in deze rol wil bekwamen, weet nu in ieder geval welke competenties in die rol het verschil gaan maken.

Talentontwikkeling
Mark was natuurlijk altijd al goed in schaatsen. Erg goed. Waarschijnlijk veel beter dan anderen van zijn ijsvereniging. Zijn talent werd goed ontwikkelbaar op het moment dat duidelijk was met welke competenties hij aan de slag moest. Zelf geeft hij aan ‘(…) dat je geen tien hoeft te scoren op alle onderdelen, maar één zesje er tussen en het is voorbij. Als je overal een acht op scoort ben je al een heel eind.’

Zijn talent gaat op de 1000 en 1500 meter het verschil maken als hij op alle competenties bovengemiddeld scoort. Eigenlijk zegt hij dat je niet eens aan de start hoeft te verschijnen als er een ‘voldoende’ tussen zit. Je moet op alle facetten goed of zeer goed zijn, wil jouw talent het verschil gaan maken.

Spelenderwijs werken
Los van de prestatie, de inspanning en de korte duur van het succes, heeft Mark het op het vlak van ontwikkeling toch een beetje makkelijker dan een gemiddelde werknemer. Mark laat zijn talent floreren door het ontwikkelen van een aantal kerncompetenties. Zijn rol is dan ook duidelijk: hij is duursporter.

Van veel medewerkers vragen we vaak veel meer: ze zijn krachtsporter, ze zijn team-/spelsporter én duursporter. Onze competenties ‘shoppen’ we bij elkaar om te kunnen voorzien in voldoende output, het vinden en behouden van een plek in het team en maanden lang grip te houden op tijd en geld in taaie projecten…

Wie van werken een spel maakt, begrijpt dat er verschillende rollen zijn te vervullen in organisaties. Dat deze rollen niet synchroon lopen met onze functies. Wie durft te schuiven met rollen, doet sneller een beroep op talenten. Wie talenten ontwikkelt, weet nu van Mark dat ‘slechts’ een handje vol competenties er toe doen. En, dat is eenvoudiger dan een breed scala aan competenties te ontwikkelen.

Natuurlijk wel op het gevaar af dat je met één zesje ertussen de eindstreep misschien niet haalt…

Gerelateerde blogs

Laat een reactie achter